logo

All Irregular Words

Words shown: 144 / 144 | Translation: English

Filter by Starting Letter

InfinitiveTranslationPast SingularPast PluralPast Participle
bakkento bakebaktebaktengebakken (hebben)
bedervento spoilbedierfbediervenbedorven (hebben/zijn)
bedriegento deceivebedroogbedrogenbedrogen (hebben)
beginnento beginbegonbegonnenbegonnen (zijn)
begrijpento understandbegreepbegrepenbegrepen (hebben)
bevallento pleasebevielbevielenbevallen (zijn)
bewegento movebewoogbewogenbewogen (hebben)
bezoekento visitbezochtbezochtenbezocht (hebben)
biddento praybadbadengebeden (hebben)
biedento offerboodbodengeboden (hebben)
bijtento bitebeetbetengebeten (hebben)
bindento bindbondbondengebonden (hebben)
blazento blowbliesbliezengeblazen (hebben)
blijkento appearbleekblekengebleken (zijn)
blijvento staybleefblevengebleven (zijn)
bradento roastbraaddebraaddengebraden (hebben)
brekento breakbrakbrakengebroken (hebben)
brengento bringbrachtbrachtengebracht (hebben)
buigento bendboogbogengebogen (hebben)
denkento thinkdachtdachtengedacht (hebben)
doento dodeeddedengedaan (hebben)
dragento carrydroegdroegengedragen (hebben)
drijvento driftdreefdrevengedreven (hebben/zijn)
drinkento drinkdronkdronkengedronken (hebben)
duikento divedookdokengedoken (hebben/zijn)
dwingento forcedwongdwongengedwongen (hebben)
ervarento experienceervoerervoerenervaren (hebben)
etento eatatatengegeten (hebben)
fluitento whistleflootflotengefloten (hebben)
gaanto goginggingengegaan (zijn)
genezento healgenasgenazengenezen (hebben/zijn)
genietento enjoygenootgenotengenoten (hebben)
gevento givegafgavengegeven (hebben)
gietento pourgootgotengegoten (hebben)
glijdento slidegleedgledengegleden (hebben/zijn)
glimmento glistenglomglommengeglommen (hebben)
gravento diggroefgroevengegraven (hebben)
hangento hanghinghingengehangen (hebben)
hebbento havehadhaddengehad (hebben)
helpento helphielphielpengeholpen (hebben)
hetento be calledheetteheettengeheten (hebben)
houdento holdhieldhieldengehouden (hebben)
kiezento choosekooskozengekozen (hebben)
kijkento lookkeekkekengekeken (hebben)
klimmento climbklomklommengeklommen (hebben/zijn)
klinkento soundklonkklonkengeklonken (hebben)
knijpento squeezekneepknepengeknepen (hebben)
komento comekwamkwamengekomen (zijn)
kopento buykochtkochtengekocht (hebben)
krijgento getkreegkregengekregen (hebben)
krimpento shrinkkrompkrompengekrompen (hebben/zijn)
kruipento crawlkroopkropengekropen (hebben/zijn)
kunnencankonkondengekund (hebben)
lachento laughlachtelachtengelachen (hebben)
ladento loadlaaddelaaddengeladen (hebben)
latento letlietlietengelaten (hebben)
lezento readlaslazengelezen (hebben)
liegento lielooglogengelogen (hebben)
liggento lielaglagengelegen (hebben)
lijdento sufferleedledengeleden (hebben)
lijkento seemleeklekengeleken (hebben)
lopento walkliepliepengelopen (hebben/zijn)
metento measurematmatengemeten (hebben)
moetenmustmoestmoestengemoeten (hebben)
mogenmaymochtmochtengemogen (hebben)
nemento takenamnamengenomen (hebben)
ontbijtento have breakfastontbeetontbetenontbeten (hebben)
ontwerpento designontwierpontwierpenontworpen (hebben)
overlijdento pass awayoverleedoverledenoverleden (zijn)
radento adviseraadderaaddengeraden (hebben)
rijdento drivereedredengereden (hebben/zijn)
roepento callriepriepengeroepen (hebben)
ruikento smellrookrokengeroken (hebben)
scheidento separatescheiddescheiddengescheiden (hebben/zijn)
scheldento scoldscholdscholdengescholden (hebben)
schenkento giveschonkschonkengeschonken (hebben)
scherento shaveschoorschorengeschoren (hebben)
schietento shootschootschotengeschoten (hebben)
schijnento shinescheenschenengeschenen (hebben)
schrijvento writeschreefschrevengeschreven (hebben)
schrikkento get startledschrokschrokkengeschrokken (zijn)
schuivento slideschoofschovengeschoven (hebben/zijn)
slaanto hitsloegsloegengeslagen (hebben)
slapento sleepsliepsliepengeslapen (hebben)
slijpento sharpensleepslepengeslepen (hebben)
sluipento sneaksloopslopengeslopen (zijn)
sluitento closeslootslotengesloten (hebben)
smeltento meltsmoltsmoltengesmolten (hebben)
snijdento cutsneedsnedengesneden (hebben)
snuitento blow one’s nosesnootsnotengesnoten (hebben)
snuivento sniffsnoofsnovengesnoven (hebben)
spijtento be regrettedspeetgespeten (hebben)
sprekento speakspraksprakengesproken (hebben)
springento jumpsprongsprongengesprongen (hebben/zijn)
spuitento sprayspootspotengespoten (hebben)
staanto standstondstondengestaan (hebben)
stekento stabstakstakengestoken (hebben)
stelento stealstalstalengestolen (hebben)
stervento diestierfstiervengestorven (zijn)
stijgento risesteegstegengestegen (zijn)
stinkento stinkstonkstonkengestonken (hebben)
strijdento fightstreedstredengestreden (hebben)
strijkento strokestreekstrekengestreken (hebben)
trekkento pulltroktrokkengetrokken (hebben/zijn)
vallento fallvielvielengevallen (zijn)
vangento catchvingvingengevangen (hebben)
varento sailvoervoerengevaren (hebben/zijn)
vechtento fightvochtvochtengevochten (hebben)
verbiedento forbidverboodverbodenverboden (hebben)
verdwijnento disappearverdweenverdwenenverdwenen (zijn)
vergelijkento comparevergeleekvergelekenvergeleken (hebben)
vergetento forgetvergatvergatenvergeten (hebben/zijn)
verliezento loseverloorverlorenverloren (hebben/zijn)
vermijdento avoidvermeedvermedenvermeden (hebben)
verradento betrayverraaddeverraaddenverraden (hebben)
vertrekkento departvertrokvertrokkenvertrokken (zijn)
verwijtento reproachverweetverwetenverweten (hebben)
verzinnento inventverzonverzonnenverzonnen (hebben)
vindento findvondvondengevonden (hebben)
vliegento flyvloogvlogengevlogen (hebben/zijn)
vouwento foldvouwdevouwdengevouwen (hebben)
vragento askvroegvroegengevraagd (hebben)
vriezento freezevroorgevroren (hebben)
wassento washwastewastengewassen (hebben/zijn)
wegento weighwoogwogengewogen (hebben)
werpento throwwierpwierpengeworpen (hebben)
wetento knowwistwistengeweten (hebben)
wijzento pointweeswezengewezen (hebben)
willento wantwilde/wouwilden/woudengewild (hebben)
winnento winwonwonnengewonnen (hebben)
wordento becomewerdwerdengeworden (zijn)
wrijvento rubwreefwrevengewreven (hebben)
zeggento sayzeizeidengezegd (hebben)
zendento sendzondzondengezonden (hebben)
ziento seezagzagengezien (hebben)
zijnto bewaswarengeweest (zijn)
zingento singzongzongengezongen (hebben)
zinkento sinkzonkzonkengezonken (zijn)
zittento sitzatzatengezeten (hebben)
zoekento searchzochtzochtengezocht (hebben)
zuigento suckzoogzogengezogen (hebben)
zullenshall / willzouzouden (hebben)
zwemmento swimzwomzwommengezwommen (hebben/zijn)
zwijgento keep silentzweegzwegengezwegen (hebben)